Naar inhoud springen

flesje

Uit WikiWoordenboek
  • fles·je

hetflesjeo

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord fles
     In het huisje van glas staat een flesje raki (want je zal maar enorme dorst krijgen), een beeldje van Maria en, heel praktisch, een schuursponsje om de boel een beetje proper te houden.[1]
     Toen ik weer thuis was kocht ik ook een flesje Azzaro voor Emil, maar het spul bleek bij hem te stinken en verdween daarop in de goot.[2]
  1. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  2. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280