flaska

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Woordafbreking
  • flas·ka

Werkwoord

flaska

  1. verleden tijd van flaske
  2. voltooid deelwoord van flaske
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

flaska, v

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van flaske
Synoniemen


Nynorsk

Woordafbreking
  • flas·ka

Werkwoord

flaska

  1. verleden tijd van flaska
  2. voltooid deelwoord van flaska

Werkwoord

flaska

  1. verleden tijd van flaske
  2. voltooid deelwoord van flaske

Zelfstandig naamwoord

flaska, v

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van flaske

Zelfstandig naamwoord

flaska

  1. verouderde spelling of vorm van flasker van vóór 2012
(verouderd) onbepaalde vorm nominatief enkelvoud van flaske, v



IJslands

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

flaska

  1. fles

Meer informatie


Zweeds

  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   flaska     flaskan     flaskor     flaskorna  
genitief   flaskas     flaskans     flaskors     flaskornas  
Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

flaska g

  1. fles

Meer informatie