flashlight

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

[1] flashlight
Uitspraak
Woordafbreking
  • flash·light
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord flashlight flashlights
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

flashlight v/m

  1. een draagbare lichtbron met een geconcentreerde straal
     ESPN Brazil meldt dat Oliveira met meerdere steekwonden is aangetroffen in het huis van een andere Call of Duty-speler met de naam Guilherme ‘Flashlight’ Alves Costa. Na zijn arrestatie liet hij weten dat hij de moord van tevoren heeft gepland. In een video van zijn arrestatie zegt hij dat zijn ‘geestelijke gezondheid volledig in orde is’ en dat hij ‘dit wilde doen’.[2]
  2. een lamp die kan knipperen
     Bedenker Ferdi Gerlo uit Krimpen aan den IJssel wil dan commercieel aan de slag met zijn Automatic Rear Fog Flashlight (ARFF), zo bleek zaterdag: Gerlo was in 1991 aan de dood ontsnapt bij een kettingbotsing in dichte mist. Hij realiseerde zich toen dat mistlampen en remlichten te veel op elkaar lijken. De uitvinder ontwikkelde een schakeling, waardoor het remlicht gaat knipperen als de automobilist plots sterk remt. De knipperende lichten vormen dan een extra waarschuwing voor achteroprijdende auto’s.[3]
Synoniemen


Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. flashlight op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 12 augustus 2022 Weblink bron Esports Club “Braziliaanse esporter Ingrid ‘SOL’ Oliveira vermoord door andere speler” (24-02-2021), Tubantia
  3. Bronlink geraadpleegd op 12 augustus 2022 Weblink bron “Uitvinder knipperend mistlicht hoopt op rechter” (4 februari 2006), Reformatorisch Dagblad