flambouw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • flam·bouw
enkelvoud meervoud
naamwoord flambouw flambouwen
verkleinwoord flambouwtje flambouwtjes

Zelfstandig naamwoord

flambouw v/m

  1. een in brandbare stof gedrenkte stok die gebruikt wordt als buitenverlichting
    • Nu gaan we de flambouwen buiten zetten. 
Synoniemen

Gangbaarheid

33 % van de Nederlanders
21 % van de Vlamingen.

Meer informatie