fixatief

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fixa·tief
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord fixatief fixatieven
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

fixatief o

  1. middel om iets vast te zetten, fixeermiddel
Vertalingen

Gangbaarheid

60 % van de Nederlanders;
68 % van de Vlamingen.

Meer informatie