fingeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fin·ge·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Latijnse 'fingere'
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
fingeren
fingeerde
gefingeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

fingeren (overgankelijk)

  1. voorwenden
  2. verzinnen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen