finalist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fi·na·list
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord finalist finalisten
verkleinwoord finalistje finalistjes

Zelfstandig naamwoord

finalist m

  1. (sport) een deelnemer aan de slotwedstrijd/partij van een toernooi of kampioenschap
    • Hij heeft alle partijen gewonnen en nu mag hij het als finalist opnemen tegen de huidige kampioen. 
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be