finale

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fi·na·le
enkelvoud meervoud
naamwoord finale finales
verkleinwoord finaletje finaletjes

Zelfstandig naamwoord

finale v/m

  1. (sport) de beslissende wedstrijd in een toernooi, dikwijls tussen de laatste twee deelnemers of teams
    De finale was erg spannend.
  2. (muziek) het slotstuk van een meerdelig toneel- of muziekstuk
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

finale

  1. verbogen vorm van de stellende trap van finaal

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Engels

enkelvoud meervoud
finale finales

Zelfstandig naamwoord

finale

  1. finale (wedstrijd)
  2. (muziek) finale (muziekstuk)
Gelijkklinkende woorden


Turks

Woordafbreking
  • fi·na·le

Zelfstandig naamwoord

finale

  1. datief enkelvoud van final