filtreerbaar
Uiterlijk
- fil·treer·baar
- Naamwoord van handeling van filtreren met het achtervoegsel -baar
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | filtreerbaar | filtreerbaarder | filtreerbaarst |
| verbogen | filtreerbare | filtreerbaardere | filtreerbaarste |
| partitief | filtreerbaars | filtreerbaarders | - |
filtreerbaar
- te filtreren door middel van een filter dat de vloeistof doorlaat en de vaste bestanddelen tegenhoud iets is filtreerbaar als het met de vloeistof meeloopt
- Virussen zijn filtreerbare ziekte stoffen.
1. te filteren
- Het woord filtreerbaar staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.