Naar inhoud springen

filtre

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  filtre     le filtre     filtres     les filtres  

filtre m

  1. (scheikunde) (huishouden) filter [1]
  2. (fotografie) (optica) filter [2]
  3. (elektrotechniek) (elektronica) filter [3]
vervoeging van
filtrer

filtre

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van filtrer
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van filtrer
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van filtrer


vervoeging van
filtrar

filtre

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van filtrar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van filtrar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van filtrar
  • IPA: /fɪltrɛ/

filtre

  1. vocatief enkelvoud van filtr
  • filt·re
enkelvoud meervoud
nominatief   filtre     filtreler  
genitief   filtrenin     filtrelerin  
datief   filtreye     filtrelere  
accusatief   filtreyi     filtreleri  
locatief   filtrede     filtrelerde  
ablatief   filtreden     filtrelerden  

filtre

  1. filter