Naar inhoud springen

filologie

Uit WikiWoordenboek
  • fi·lo·lo·gie
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘taal- en letterkunde van een volk’ voor het eerst aangetroffen in 1824 [1]
  • Van het Griekse Φιλος, philos: "liefde" met het achtervoegsel -logie [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord filologie
verkleinwoord

defilologiev

  1. (wetenschap), (taalkunde) studie van de taal- en letterkunde van volkeren door middel van geschriften in samenhang met de cultuurgeschiedenis van dit volk
     Van filologie naar filosofie Voorlopig resulteert dat in een aantal teksten waarin de klassieke filologie steeds meer naar de achtergrond verschuift en de kritische analyse van tendenties en personen uit de eigen tijd op de voorgrond komt.[3]
     Veel antieke boekindelingen (zoals de Ilias en de Odyssee, de negen boeken van Herodotus, Pindarus' Oden) danken we aan de Alexandrijnse geleerden: filologie en literatuurkritiek vinden hun oorsprong in de bibliotheek van Alexandrië.[4]
    • de filologie is een tak van taalkunde die zich vooral richt op dode talen 
60 %van de Nederlanders;
89 %van de Vlamingen.[5]
  • IPA: /fɪlɔlɔgɪjɛ/
  • fi·lo·lo·gie

filologie v

  1. (wetenschap) (taalkunde) filologie