filiaalchefjes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fi·li·aal·chef·jes

Zelfstandig naamwoord

filiaalchefjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord filiaalchef