fikken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fik·ken

Zelfstandig naamwoord

fikken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord fik

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
88 % van de Vlamingen.