fike

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • fi·ke
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Nederduits
Naar frequentie 37161
vervoeging
onbepaalde wijs fike fike
tegenwoordige tijd fiker fiker
verleden tijd fika
fiket
fikte
voltooid
deelwoord
fika
fiket
fikt
onvoltooid
deelwoord
fikende fikende
lijdende vorm fikes fikes
gebiedende wijs fik fik
vervoegingsklasse Klasse 1 zwak Klasse 2 zwak
opmerking optioneel optioneel

Werkwoord

fike

  1. overgankelijk een oorveeg geven, een oorvijg geven
  2. overgankelijk snelle bewegingen maken
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen



Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • fi·ke
Woordherkomst en -opbouw
  • Werkwoord [A]: afkomstig uit het Nederduits
  • Zelfstandig naamwoord: afkomstig van de Oudnoorse zelfstandige naamwoorden fíka en fíkja, die van het Latijnse zelfstandige naamwoord ficus komen
vervoeging
onbepaalde wijs fike
fika
fike
fika
tegenwoordige tijd fikar fikar
fiker
verleden tijd fika fikte
voltooid
deelwoord
fika fikt
onvoltooid
deelwoord
fikande fikande
lijdende vorm fikast fikast
gebiedende wijs fik
fika
fike
fik
vervoegingsklasse Klasse 1 zwak Klasse 2 zwak


Klasse 3 zwak

opmerking optioneel
[A]
optioneel
[A]

Werkwoord

[A] fike

  1. overgankelijk een oorveeg geven, een oorvijg geven
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen


vervoeging
onbepaalde wijs fike
fika
tegenwoordige tijd fikar
verleden tijd fika
voltooid
deelwoord
fika
onvoltooid
deelwoord
fikande
lijdende vorm fikast
gebiedende wijs fik
fika
fike
vervoegingsklasse Klasse 1 zwak
opmerking [B]

Werkwoord

[B] fike

  1. overgankelijk snelle bewegingen maken
Hyperoniemen


  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   fike     fika     fiker     fikene  

Zelfstandig naamwoord

fike, v

  1. (plantkunde) Ficus carica op Wikispecies, vijg
Schrijfwijzen