figuurzaag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een figuurzaag.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fi·guur·zaag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord figuurzaag figuurzagen
verkleinwoord figuurzaagje figuurzaagjes

Zelfstandig naamwoord

figuurzaag v/m

  1. (gereedschap) een heel fijn zaagje in de vorm van een dun zaagblad dat verticaal wordt gespannen in een lange horizontale beugel
    • Pas op dat je niet in je vingers zaagt met de figuurzaag! 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
figuurzagen

figuurzaag

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van figuurzagen
    • Ik figuurzaag. 
  2. gebiedende wijs van figuurzagen
    • Figuurzaag! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van figuurzagen
    • Figuurzaag je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie