figureerden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fi·gu·reer·den

Werkwoord

vervoeging van
figureren

figureerden

  1. meervoud verleden tijd van figureren
    • Wij figureerden. 
    • Jullie figureerden. 
    • Zij figureerden.