figurant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fi·gu·rant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord figurant figuranten
verkleinwoord figurantje figurantjes

Zelfstandig naamwoord

figurant m [3]

  1. acteur die een zwijgende of onbetekenende rol vervult
  2. nietszeggend persoon
  3. (muziek) frontpijp van een orgel die ter versiering is aangebracht, zonder muzikale functie
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen