figurant

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fi·gu·rant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord figurant figuranten
verkleinwoord figurantje figurantjes

Zelfstandig naamwoord

figurant m

  1. acteur die een zwijgende of onbetekenende rol vervult
  2. nietszeggend persoon
  3. (muziek) frontpijp van een orgel die ter versiering is aangebracht, zonder muzikale functie
    figurant bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl