fietsenrek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Fietsenrek
Uitspraak
Woordafbreking
  • fiet·sen·rek
Woordherkomst en -opbouw
  • samenstelling van fiets en rek met de tussenklank -en- die kan worden opgevat als meervoudsuitgang
enkelvoud meervoud
naamwoord fietsenrek fietsenrekken
verkleinwoord fietsenrekje fietsenrekjes

Zelfstandig naamwoord

fietsenrek o

  1. rek om fietsen te parkeren
  2. (medisch) (figuurlijk) gebit met grote tussenruimte tussen de tanden
  3. (figuurlijk) gebit waarin tanden ontbreken
Synoniemen
Vertalingen


Meer informatie