fick

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Duits

Uitspraak

Werkwoord

fick

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd gebiedende wijs bedrijvende vorm van ficken
Uitdrukkingen en gezegden
  • Fick mich!
Naai me!
Neuk me!


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • fick
Naar frequentie 120

Werkwoord

fick

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van