festivals

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fes·ti·vals

Zelfstandig naamwoord

festivals mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord festival


Zweeds

Uitspraak
Naar frequentie zeldzaam

Zelfstandig naamwoord

festivals

  1. genitief onbepaald gemeenschappelijk geslacht enkelvoud van festival