festijn

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fes·tijn
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord festijn festijnen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

festijn o

  1. feest
    • De dorpsraad tekent voor de organisatie van het festijn. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.