femelaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fe·me·laar
Woordherkomst en -opbouw

Naamwoord van handeling van femelen met het achtervoegsel -aar

enkelvoud meervoud
naamwoord femelaar femelaars
femelaren
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

femelaar m

  1. iemand die die zoetsappige en zeurderige verhaaltjes vertelt
    •  
Synoniemen
  1. neuzelaar

Gangbaarheid

29 % van de Nederlanders;
38 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be