fels

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fels

Bijvoeglijk naamwoord

fels

  1. partitief van de stellende trap van fel
    • Dat is iets fels... 
enkelvoud meervoud
naamwoord fels felsen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

fels m

  1. omgebogen rand aan een metalen plaat
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
felsen

fels

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van felsen
    • Ik fels. 
  2. gebiedende wijs van felsen
    • Fels! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van felsen
    • Fels je? 

Gangbaarheid

31 % van de Nederlanders;
27 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be