felles

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • fel·les
Naar frequentie 2525
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud felles
o enkelvoud felles
meervoud felles
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
felles

Bijvoeglijk naamwoord

felles

  1. algemeen, gemeen, gemeenschappelijk, gezamenlijk, samen, wederzijds
Typische woordcombinaties
  • vår felles venn
onze wederzijdse vriend
  • ha felles interesser
gemeenschappelijke belangen hebben
  • ha felles inngang
een gemeenschappelijke ingang hebben
Uitdrukkingen en gezegden
  • gjøre felles sak med en
gemene zaak met iemand maken (met iemand pacteren)
  • minste felles multiplum
de kleinste gemene deler


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • fel·les
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud felles
o enkelvoud felles
meervoud felles
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
felles

Bijvoeglijk naamwoord

felles

  1. algemeen, gemeenschappelijk, gezamenlijk, samen, wederzijds
    «Norge får snart eitt felles legevaktnummer.»
    Noorwegen zal binnenkort een algemene alarmnummer voor de (Noorse) Eerstehulpverlening krigen.
Typische woordcombinaties
  • ha felles interesser, syn, vener eller kultur
gemeenschappelijke belangen, meningen, vrienden of cultuur hebben
Uitdrukkingen en gezegden
  • til felles beste
voor het algemene welzijn