feliciteren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fe·li·ci·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gelukwensen’ voor het eerst aangetroffen in 1688 [1]
  • afgeleid van het Franse féliciter (met het achtervoegsel -eren) [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
feliciteren
feliciteerde
gefeliciteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

feliciteren

  1. overgankelijk iemand geluk toewensen
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen