feiere

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • fei·e·re
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Duitse werkwoord feiern
vervoeging
tegenwoordige tijd, aantonende wijs, bedrijvende vorm
onbepaalde
wijs
feiere
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
( hot) gefeiert
enkelvoud meervoud
1e persoon ich feier mir feiere
2e persoon du feierscht dihr / der
dihr / der
ihr / er
ihr / er
nihr / ner
feiert
feiere
feiere
feiert
feiere
3e persoon er feiert sie feiere
sie feiert
es feiert

Werkwoord 1

Werkwoord

feiere

  1. onovergankelijk, overgankelijk vieren
    «Mir kumme zamme fer die Feierdaage zu feiere
    We komen samen om de feestdagen te vieren.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Opmerkingen

Werkwoord 2

Werkwoord

feiere

  1. overgankelijk een vuur gaande houden
Opmerkingen
  • Duits: ein Feuer in Gang halten
  • Engels: to keep a fire going