federeren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fe·de·re·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
federeren
federeerde
gefedereerd
zwak -d volledig

Werkwoord

federeren

  1. ergatief een federatie gaan vormen
    • De twee gemeenten zijn gefedereerd, maar voeren beiden hun eigen ledenadministratie. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

27 % van de Nederlanders;
33 % van de Vlamingen.