fatsoenshalve
Uiterlijk
- Geluid: fatsoenshalve (hulp, bestand)
- IPA: / fɑtsunsˈhɑlvə / (4 lettergrepen)
- fat·soens·hal·ve
fatsoenshalve
- uit fatsoen, om het fatsoenlijk te houden
- Ik riep iets wat ik fatsoenshalve niet zal herhalen.
1. uit fatsoen, om het fatsoenlijk te houden
- Het woord fatsoenshalve staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 13
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -halve in het Nederlands
- Invoegsel -s- in het Nederlands
- Bijwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal