fassen
Uiterlijk
- fas·sen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| fassen |
fasste |
gefasst |
| zwak | volledig | hulpwerkwoord = haben |
fassen
- overgankelijk pakken ww , vastpakken, vatten ww [1]
- overgankelijk begrijpen, inzien, vatten ww [2]