Naar inhoud springen

fantasme

Uit WikiWoordenboek
  • fan·tas·me
enkelvoud meervoud
naamwoord fantasme fantasmen
verkleinwoord

hetfantasmeo

  1. een bedenksel dat niet overeenkomt met de realiteit
    • “Het beeld van de kunstenaar als eenzaam scheppend genie is een hardnekkig negentiende-eeuws fantasme. Daan Roosegaarde is een kunstenaar en werkt voor de realisering van zijn complexe projecten met veel specialisten uit verschillende disciplines. Dat is altijd zo geweest. De studiopraktijken en het auteurschap van Michelangelo, Rubens en Rembrandt vormen daarvoor het beste bewijs.” [2] 
    • Als plusje verzorgde Ivan Heylen opvallende coververhalen voor Vrij Nederland en Playboy. In dat laatste blad had hij ook nog een razend populaire rubriek ‘Seks in Vlaanderen’ waar geen taboe uit de weg werd gegaan… Ook de fantasmen en vooral de naakte feiten uit het verborgene niet. [3] 
70 %van de Nederlanders;
89 %van de Vlamingen.[4]


enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  fantasme     le fantasme     fantasmes     les fantasmes  

fantasme m

  1. (verouderd) hallucinatie
  2. fantasme; illusie
vervoeging van
fantasmer

fantasme

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van fantasmer
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van fantasmer
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van fantasmer