familier
Uiterlijk
- fa·mi·li·er
| Naar frequentie | 26422 |
|---|
familier
- nominatief onbepaald gemeenschappelijk geslacht meervoud van familie
- via Oudfrans famelier geleend van Latijn familiarius [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk | familier | familiers |
| vrouwelijk | familière | familières |
familier
- ↑ familier (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
- fa·mi·li·er
| Naar frequentie | 3412 |
|---|
familier
- nominatief onbepaald mannelijk en vrouwelijk meervoud van familie
Categorieën:
- Woorden in het Deens
- Woorden in het Deens van lengte 8
- Woorden in het Deens met audioweergave
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Deens
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 8
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Frans
- Woorden in het Noors
- Woorden in het Noors van lengte 8
- Woorden in het Noors met audioweergave
- Woorden in het Noors met IPA-weergave
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Noors