familier

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Woordafbreking
  • fa·mi·li·er

Zelfstandig naamwoord

familier, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van familie


Noors

Woordafbreking
  • fa·mi·li·er

Zelfstandig naamwoord

familier, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van familie