familier

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • fa·mi·li·er
Naar frequentie 26422

Zelfstandig naamwoord

familier

  1. nominatief onbepaald gemeenschappelijk geslacht meervoud van familie


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • fa·mi·li·er
Naar frequentie 3412

Zelfstandig naamwoord

familier

  1. nominatief onbepaald mannelijk en vrouwelijk meervoud van familie