Naar inhoud springen

faggot

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
faggot faggots

faggot

  1. (bosbouw) takkenbos, takkenbundel,  ris zn 
  2. (techniek) bundel smeedstaven
  3. (scheldwoord), (lhbt)  flikker zn  [1], nicht,  poot zn  [4]
  4. (scheldwoord) slappeling
  5. (scheldwoord)  etter zn ,  lul zn , vervelende man,  zak zn  [3]
  6. (scheldwoord) vervelende vrouw,  feeks zn 
vervoeging
onbepaalde wijs to  faggot 
he/she/it  faggots 
verleden tijd  faggoted 
voltooid
deelwoord
 faggoted 
onvoltooid
deelwoord
 faggoting 
gebiedende wijs  faggot 

faggot

  1. overgankelijk tot een bundel aaneenbinden
  • [3] You bet I am a faggot

L. Bernstein (1918-90)[1]

  1. Programmaboekje Vrijdagavondconcert The White House Cantata (1976, libretto: A.J. Lerner); in Tivoli-Vredenburg, AvroTros seizoen 2020-21?