faggot
Uiterlijk
- Geluid: faggot (VK) (hulp, bestand), faggot (VS) (hulp, bestand), faggot (AU) (hulp, bestand)
- IPA: /ˈfæ.ɡət/
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| faggot | faggots |
faggot
- (bosbouw) takkenbos, takkenbundel, ris zn
- (techniek) bundel smeedstaven
- (scheldwoord), (lhbt) flikker zn [1], nicht, poot zn [4]
- (scheldwoord) slappeling
- (scheldwoord) etter zn , lul zn , vervelende man, zak zn [3]
- (scheldwoord) vervelende vrouw, feeks zn
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to faggot |
| he/she/it | faggots |
| verleden tijd | faggoted |
| voltooid deelwoord |
faggoted |
| onvoltooid deelwoord |
faggoting |
| gebiedende wijs | faggot |
faggot
- overgankelijk tot een bundel aaneenbinden
Categorieën:
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 6
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Bosbouw in het Engels
- Techniek in het Engels
- Scheldwoord in het Engels
- Lhbt in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Overgankelijk werkwoord in het Engels