Naar inhoud springen

faden

Uit WikiWoordenboek


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fa·den
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels

Werkwoord

faden

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
faden
fadede
gefaded
zwak -d volledig
  1. langzaam zwakker, minder luid of minder duidelijk worden; langzaam laten verdwijnen
     De remmen zijn duidelijk niet tegen hun taak opgewassen. Ze beginnen al vrij snel te ‘faden’, wat betekent dat de remblokken te heet worden en gaan ‘verglazen’ om nog goede remkracht te leveren.[1]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

46 % van de Nederlanders;
51 % van de Vlamingen.[2]


Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron
    Erik Kouwenhoven
    “De beroemdste sportauto van Toyota is terug” (15-05-2019), Tubantia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be