facebooken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • face·boo·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
facebooken
ˈfezbukə(n)
facebookte
ˈfezbuktə
gefacebookt
ɣəˈfezbukt
zwak -t volledig

Werkwoord

facebooken

  1. inergatief de socialenetwerksite Facebook gebruiken
    • Ze facebooken en twitteren zich een ongeluk over de politiek, maar vertikken het om even naar het stemlokaal te wandelen, verzucht Hannah Jane Parkinson, zelf ook een millennial. [1]

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen