Naar inhoud springen

fabrikeren

Uit WikiWoordenboek
  • fa·bri·ke·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
fabrikeren
fabrikeerde
gefabrikeerd
zwak -d volledig

fabrikeren

  1. overgankelijk in elkaar zetten
     Ik moest goedkoper fabrikeren, en dat kon ik alleen maar door goedkoper grondstoffen te verwerken en goedkoper werkkrachten aan te schaffen.[2]
     Het tijdperk dat begint met Einsteins waarschuwing aan Roosevelt in 1939 dat de Duitsers in staat zouden zijn de atoombom te fabrikeren en eindigt met de politiek van Star Wars en de topontmoeting van 1988 in Moskou.[3]
        1
  • frequentie in teksten uit België, vergeleken met die in Nederland, op een 7-puntsschaal: [4]
        2
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. De bende van Jan de Lichte in:
    Ludo Permentier & Rik Schutz
    Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, fabrikeren
  3. De Tijd in:
    Ludo Permentier & Rik Schutz
    Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, fabrikeren
  4. 1 2 3
    Ludo Permentier & Rik Schutz
    “Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen” (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, fabrikeren