fabriceren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

fabriceren van sigaren
Uitspraak
Woordafbreking
  • fa·bri·ce·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
fabriceren
fabriceerde
gefabriceerd
zwak -d volledig

Werkwoord

fabriceren

  1. overgankelijk een product door middel van werktuigen bewerken of vervaardigen [2]
    • Ze gingen samen het werkstuk fabriceren. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen