fabeltje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fa·bel·tje

Zelfstandig naamwoord

fabeltje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord fabel

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.