faalde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • faal·de

Werkwoord

vervoeging van
falen

faalde

  1. enkelvoud verleden tijd van falen
    • Ik faalde. 
    • Jij faalde. 
    • Hij, zij, het faalde.