führst ab

From WikiWoordenboek
Jump to navigation Jump to search

Duits

Uitspraak
  • IPA: / ˈfyːɐ̯st ap /
Woordafbreking
  • führst ab

Werkwoord

führst ab

  1. (hoofdzin) tweede persoon enkelvoud aantonende wijs tegenwoordige tijd van abführen