Naar inhoud springen

ezelsoor

Uit WikiWoordenboek
2. Het ezelsoor aan een pagina van Voyage au bout de la nuit van Louis-Ferdinand Céline.
  • ezels·oor
enkelvoud meervoud
naamwoord ezelsoor ezelsoren
verkleinwoord ezelsoortje ezelsoortjes

hetezelsooro

  1. (zoötomie) oor van een ezel
  2. omgevouwen hoek van een bladzijde
    • Hij heeft een ezelsoor gevouwen als herinnering bij de pagina waar hij was met lezen. 
    • Met leren banden worden de kaften nu beschermd. "De boeken waar een wit briefje uitsteekt moeten nog gerepareerd worden, nog 556 stuks" vertelt Rosenberg, druk rondlopend van kast naar kast. Ezelsoren gladstrijken doet het personeel van de bibliotheek zelf. De ingewikkelde reparaties worden uitbesteed aan een atelier.[4] 
  3. (persoon) dom persoon, domoor
  4. (plantkunde) benaming voor Stachys byzantina op Wikispecies, een grijsgroene plantensoort
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[5]