ezelsoor
Uiterlijk

- ezels·oor
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ezelsoor | ezelsoren |
| verkleinwoord | ezelsoortje | ezelsoortjes |
het ezelsoor o
- (zoötomie) oor van een ezel
- omgevouwen hoek van een bladzijde
- Hij heeft een ezelsoor gevouwen als herinnering bij de pagina waar hij was met lezen.
- Met leren banden worden de kaften nu beschermd. "De boeken waar een wit briefje uitsteekt moeten nog gerepareerd worden, nog 556 stuks" vertelt Rosenberg, druk rondlopend van kast naar kast. Ezelsoren gladstrijken doet het personeel van de bibliotheek zelf. De ingewikkelde reparaties worden uitbesteed aan een atelier.[4]
- (persoon) dom persoon, domoor
- (plantkunde) benaming voor Stachys byzantina
, een grijsgroene plantensoort
- [4] wollige andoorn
1. oor van een ezel
2. omgevouwen hoek
- Het woord ezelsoor staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "ezelsoor" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ ezelsoor op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "ezelsoor" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ NRC Lotte de Wit 30 oktober 2004
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Invoegsel -s- in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zoötomie in het Nederlands
- Persoon in het Nederlands
- Plantkunde in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %