exprimer
Uiterlijk
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| exprimer |
exprimais |
exprimé |
| eerste groep | volledig | |
exprimer
- overgankelijk uitpersen [1]
- overgankelijk kenbaar maken; uiten [2]; uitdrukken [2]
s'exprimer
- wederkerend zich uitdrukken [1]; zich uiten [1]