expressiviteit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ex·pres·si·vi·teit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord expressiviteit expressiviteiten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

expressiviteit v

  1. het vermogen om innerlijke gevoelens te uiten, het expressief zijn
    • Als het gaat om de expressiviteit en interpretatie van de muziek, hoeft Hendrickx maar weinig op de echte wereldtop toe te geven, op de technische elementen scoort hij duidelijk minder. Uno, Patrick Chan en Jason Brown springen schijnbaar moeiteloos viervoudig, onze landgenoot is daar nog niet aan toe.[1] 
    • In tegenstelling tot zulke Hollywoodspektakels draait het hier niet om levensechtheid: de verwoeste wereld van Cafard ('kakkerlak') balanceert nauwkeurig tussen realisme en abstractie. De personages zijn rudimentair getekend, met groeven in hun gezicht en gebarsten lippen, terwijl hun blik steeds moedelozer wordt. Van het hele ontwerp zijn de ogen nog het menselijkst; de expressiviteit van hoofdrolspeler Wim Willaert dringt zo door alle lagen computerverf heen.[2] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Standaard 28/OKTOBER/2017
  2. Volkskrant Kevin Toma 10 november 2017