exposant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ex·po·sant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord exposant exposanten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

exposant m [3]

  1. iemand die exposeert, een deelnemer aan een tentoonstelling

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Frans

Werkwoord

exposant

  1. tegenwoordig deelwoord (participe présent) van exposer