exploot
Uiterlijk
- ex·ploot
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘betekening’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1482 [1] [2][3]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | exploot | exploten |
| verkleinwoord | - | - |
het exploot o
- (juridisch) aanzegging door de deurwaarder en de akte daarvan
- Het woord exploot staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "exploot" herkend door:
| 60 % | van de Nederlanders; |
| 89 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "exploot" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ exploot op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Juridisch in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 60 %
- Prevalentie Vlaanderen 89 %