Naar inhoud springen
expires
- tweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van expirer
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van expirer
expires
- aanvoegende wijs tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van expirar
- gebiedende wijs (ontkennend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van expirar