experimenteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ex·pe·ri·men·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
experimenteren
experimenteerde
geëxperimenteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

experimenteren

  1. (inergatief) iets uitproberen, een proef nemen, een experiment uitvoeren
    Deze wetenschapper heeft weleens geëxperimenteerd met de hersenen van fruitvliegjes, maar die bleken toch net wat te klein te zijn om mee te werken.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl