exodus

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Exodus


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • exo·dus
Woordherkomst en -opbouw
  • van  Exodus en  uit de Bijbel, in de betekenis van ‘uittocht’ voor het eerst aangetroffen in 1528 [1] [2] [3]
enkelvoud meervoud
naamwoord exodus exodussen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

exodus m

  1. uittocht van een grote groep mensen met als doel niet meer terug te komen
    • Qaraqosh, de grootste christelijke stad in Irak, werd in 2014 onder de voet gelopen door IS. Eind vorig jaar werd IS verdreven, maar de bevolking keerde niet terug: de christenen vertrouwen hun sunnitische buren niet meer. De exodus van christenen in Irak was al veel langer aan de gang, al sinds de Amerikaanse invasie van 2003 het land in de chaos stortte. [4] 
    • Erdal Balci schreef vorige week een mooi, genuanceerd stuk over de exodus van seculiere Turken uit Istanbul in Vonk. Eerst had de conservatieve koers van Erdogan hen verjaagd, nu waren het de aanslagen van IS. De redactie plaatste een link naar het stuk op Facebook met de kop: 'IS richt zijn pijlen op Istanbul, gesteund door Erdogans conservatieve koers.'[5]  
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen