exil
Uiterlijk
- exil
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘ballingschap’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824 [1] [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | exil | exils |
| verkleinwoord | - | - |
het exil o
- Het woord exil staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "exil" herkend door:
| 36 % | van de Nederlanders; |
| 36 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "exil" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ exil op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| exil | l'exil | exils | les exils |
exil m
- être en exilin ballingschap zijn
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 36 %
- Prevalentie Vlaanderen 36 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 4
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans