exhibit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
exhibit exhibits

Zelfstandig naamwoord

exhibit

  1. tentoonstelling, uitstalling
    «We visited an interesting exhibit of Byzantine coins.»
    We hebben een interessante tentoonstelling van Byzantijnse munten bezocht.


vervoeging
onbepaalde wijs to exhibit
he/she/it exhibits
verleden tijd exhibited
voltooid
deelwoord
exhibited
onvoltooid
deelwoord
exhibiting
gebiedende wijs exhibit

Werkwoord

exhibit

  1. vertonen, tentoonstellen
    «He exhibited signs of hypothermia.»
    Hij vertoonde tekenen van onderkoeling.