excretie
Uiterlijk
- ex·cre·tie
- Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘lichaamsafscheiding’ voor het eerst aangetroffen in 1668 [1]
- afgeleid van excreet (met het voorvoegsel ex-) en met het achtervoegsel -ie [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | excretie | excreties |
| verkleinwoord |
de excretie v
- (biologie) uitscheiding (van voor een lichaam of cel onbruikbare stoffen)
- Het woord excretie staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "excretie" herkend door:
| 63 % | van de Nederlanders; |
| 79 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "excretie" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ excretie op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Voorvoegsel ex- in het Nederlands
- Achtervoegsel -ie in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Biologie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 63 %
- Prevalentie Vlaanderen 79 %